Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Artikelen

Wat is het verschil tussen objectief en subjectief wetenschappelijk onderzoek?

Wat is subjectief vs. objectief wetenschappelijk onderzoek?

In het oude Darwinistische, Cartesiaanse paradigma doet men veelal aan kwantitatief wetenschappelijk onderzoek. Dit is onderzoek waarbij gezocht wordt naar algemene wetmatigheden op basis van een theorie of theoretisch uitgangspunt. Men werkt bijvoorbeeld met grote, representatieve groepen en controlegroepen die een placebo krijgen toegediend. Men probeert laboratoriumtoestanden te creëren en de onderzoeker mag geen invloed hebben op het experiment. De experimenten dienen te worden herhaald op dezelfde steriele manier en dienen dezelfde resultaten op te leveren. De bedoeling is om de stellingen te verifiëren, of te falsifiëren (Karl Popper). Er wordt onderzocht, gemeten en geanalyseerd. Er wordt gebruik gemaakt van apparatuur die de waarneming verfijnen (telescopen, microscopen). Vragenlijstjes worden ingevuld en in statistieken of boortabellen gegoten. Nu is alles bewezen.

Dit wordt objectief wetenschappelijk onderzoek genoemd. Maar, wat betekent “objectief” wanneer we weten dat onze waarneming twee keer wordt gefilterd (de filter van de zintuigen en de filter van de geloofsovertuigingen?) En wat is bovendien de rol van de onderzoeker? Hoe beïnvloedt de kwaliteit van de aanwezigheid van de onderzoeker het onderzoek? Wat is dan uiteindelijk de waarde van dit zogenaamde kwantitatieve, objectieve onderzoek in de derde dimensie zintuiglijke wereld, waar we enkel te maken hebben met percepties en interpretaties?

Fenomenologisch onderzoek of kwalitatief onderzoek is van een totaal andere orde. Een autonoom persoon, is zijn eigen maatstaf en luistert naar zichzelf. Een autonoom persoon is in verbinding met zichzelf. Dat wil zeggen, dat hij in contact is met zijn innerlijke Kind. Je innerlijke Kind woont in je celgeheugen, en in je vegetatief systeem. Je innerlijk Kind is je zesde zintuig en krijgt intuïties en inspiraties door vanuit je hogere zelf en vanuit het “Veld”. Je innerlijke Kind is je onderbewuste. Het onderbewuste is zeer bewust en weet alles via het hogere zelf en het Veld. Het onderbewuste is het Veld. Het onderbewuste is de geestelijke wereld. Wat wij het bewuste noemen is erg onbewust. Het bewuste denken is bovendien beperkt door je zintuigen en je (script) overtuigingen. Dus als je bewust in contact kan treden met je onderbewuste, heb je alle weten in huis. Dan tap je rechtstreeks uit wat Steiner de Akashakronieken noemt. De moeilijkheid is om te kunnen onderscheiden wat de zuivere impulsen zijn vanuit je intuïties en het hogere zelf en welke impulsen komen vanuit je script. Ik zie veel zogenaamde helderzienden projecties en onzin verkopen. Hun intuïties en inspiraties zijn niet zuiver, omdat ze hun script niet transformeren. Dit is de taak van de Volwassene, van het mentale denken. Zolang je je script niet hebt getransformeerd, met de hulp van je Volwassene, vervuilt je script je intuïties. Een autonoom, zelfstandig en vrij mens vertrouwt op zijn eigen intuïtie, transformeert zijn script en ontwikkelt een geïntegreerde Volwassene.

Als je aan fenomenologisch onderzoek doet ga je uit van je eigen ervaringen, je eigen ontdekkingen, je eigen ingevingen, je eigen denken en je eigen intuïties en inspiraties. Je onderzoekt je eigen referentiekaders en die van anderen, door erover te lezen, zaken te ervaren, dingen te beleven en te doorleven. En als het voor jou klopt is het OK. Het is niet de bedoeling dat je je conclusies aan anderen gaat opleggen. Je kunt ze alleen maar delen, ongeacht wat de anderen ervan vinden.

Op December 7, 2014


Ingediend door Anne Wuyts

Mgr Scheppersstraat 14, Mechelen